Veilig en gezond
In de Wet Kinderopvang worden de financiering en de kwaliteit van kinderopvang geregeld.
Het uitgangspunt voor de kwaliteit is in de wet als volgt geformuleerd: “De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerd kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico’s de opvang van kinderen met zich mee brengt.” De kwaliteit van de opvang is dus wat veiligheid en gezondheid betreft, niet gebaseerd op voorgeschreven (gedetailleerde) regels. De houder is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de kinderopvang. De wet verplicht de houder om voor elk kindercentrum een risico-inventari-satie uit te voeren. Deze verplichting geldt niet voor een gastouderbureau.
Echter ook los van een wettelijke verplichting is gerichte aandacht voor de risico’s die kinderen lopen en de manier waarop die kunnen worden ondervangen een vanzelfsprekende zaak.
De introductie van het instrument risico-inventarisatie betekent een verandering
ten opzichte van de situatie van vóór de inwerkingtreding van de Wet Kinderopvang.
Het doel ervan is het in kaart brengen van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s die kinderen bij de opvang lopen. Daarbij wordt uitgegaan van het gedrag van kinderen. Normen zijn immers niet zaligmakend en kinderen onvoorspelbaar. De risico-inventarisatie dient als basis om de omstandigheden voor kinderen te verbeteren en om te stimuleren dat het personeel en de kinderen adequaat met de risico’s omgaan.
De wet schrijft niet voor hoe een risico-inventarisatie er precies uit moet zien. Elk kindercentrum is vrij zijn eigen methode te ontwikkelen of te kiezen. De toezichthouder zal echter wel inspecteren of er een risico-inventarisatie is gemaakt, of er een actieplan is opgesteld en of dat actieplan is uitgevoerd. Daarnaast zal de inspecteur steekproefsgewijs risico’s controleren en daarover het gesprek aangaan met de ondernemer. Of er in het kader van de zelfregulering door de sector zelf afspraken zullen worden gemaakt over de risico-inventarisatie is nog niet bekend.
Om te voorkomen dat elke individuele kinderopvangorganisatie veel tijd kwijt is om een eigen methode voor het uitvoeren van
een risico-inventarisatie te ontwikkelen, is er een model gemaakt. Dit model bestaat uit twee delen. Voor het deel veiligheid is door Consument en Veiligheid de methode Veiligheids-management ontwikkeld. Het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid heeft de methode Gezondheidsmanagement voor het deel gezondheid ontwikkeld. Deze methoden zijn bedoeld als handreiking en hulpmiddel voor de ondernemers in de kinderopvang bij het maken van de risico-inventarisatie. 0 |